rekenwerk20094275884-b3

 

Hoe kan ik herkennen of mijn kind mogelijk aan PANDAS lijdt?

Voor een uitgebreide, wetenschappelijke beschrijving van het klinisch beeld en meer achtergrondinformatie kunt u hier terecht.

 

Pandas is op dit moment een klinische diagnose. Zolang er nog geen goede test is, zijn de symptomen leidend. Wat artsen bij de beoordeling hiervan mogelijk lang op het verkeerde been heeft gezet, is dat de klachten per kind kunnen verschillen, maar voor één en hetzelfde kind ook per ziekte episode. Pandas-experts werken om die reden met hoofd- en subcriteria. Het loont de moeite om als ouders evt. met school te reconstrueren wat je gezien hebt in de loop van de tijd.
 

Hoofdcriteria (gereviseerd)

  • Kinderen ontwikkelen tic- of dwangklachten (ook wel OCD - obsessive compulsive disorder oftwel OCS - obsessief compulsieve stoornis genaamd). De gemiddelde leeftijd waarop dwangklachten zich voor het eerst laten zien is 5 tot ruim 9 jaar. Maar let op: lichte dwangklachten worden vooral jonge kinderen niet altijd goed herkend.
     
  • Al dan niet in combinatie hiermee blijken kinderen met PANDAS vaak opvallend  angstig.
     
  • De klachten ontstaan abrupt, vaak van het één op het andere moment, houden enige dagen tot weken aan en doven dan geleidelijk uit tot de volgende ziekte episode inzet.
     
  • Er is een relatie in de tijd met (strep)infectie.
     
  • De eerste uitbraak vindt plaats voor de puberteit inzet. Wordt de aandoening pas later ontdekt (rond het 10e jaar) dan blijkt het betreffende incident bij nadere beschouwing zelden de eerste ziekte episode. Uiteindelijk volgen ziekte episodes elkaar min of meer op, tussentijds herstelt het kind niet meer (helemaal).
     

Bijkomende criteria (2 of meer)

  • Bij nadere beschouwing blijkt (af en toe) sprake van lichte neurologische afwijkingen, zoals choreïforme bewegingen (willekeurige bewegingen van vingers en tenen, zgn. pianospel). Het zijn vaak de meer ‘exotische’ symptomen die ouders aanzetten tot doktersbezoek. Er wordt melding gemaakt van stotteren (naast vocale tics). Ook komen handschriftveranderingen voor.

    Voorbeeld primair onderwijs:

    Normale kindertekeningen (mei 2016) Regressie (juni 2016 na een infectie)
    Normale handschrift (mei 2016) Afwijkende handschrift (februari 2016)


    Voorbeeld voortgezet onderwijs:

    Normale handschrift Afwijkend handschrift (hanepoten) Afwijkend handschrift (hanepoten)

     
  • Kinderen vertonen heftige stemmingswisselingen, zijn boos, labiel, hebben voor hun leeftijd en qua ernst ongebruikelijke woedeuitbarstingen.
     
  • Er is sprake van scheidingsangst: niet naar school willen, het niet gescheiden willen worden van een bepaalde verzorger of plek, het niet kunnen inslapen/worden geplaagd door opdringerige/angstige gedachten.
     
  • Pandas-kinderen hebben vaak urinewegklachten (incontinentie overdag of 's nachts na tenminste 6 maanden zindelijk te zijn geweest/aandrang om veel/vaak te plassen).
     
  • De kinderen lijken sociaal minder goed te gaan functioneren en hun leerprestaties gaan geleidelijk achteruit, te beginnen met rekenen/wiskunde.
     
  • De kinderen hebben grote moeite met omschakelen en vermijden prikkels zoals aangeraakt worden, fel licht of harde geluiden.
     
  • Er is sprake van ontwikkelingsachterstand/leeftijd regressie.


Sommige kinderen vertonen Pandas-klachten die zouden kunnen wijzen op (een samenloop met) andere (vormen van) psychiatrische ziektebeelden zoals ADHD, depressie, anorexia en mogelijk autisme. Zorgvuldige diagnostiek is nodig. Zo zou bij 'gewone' anorexia een verstoord lichaamsbeeld spelen, terwijl bij anorexia die in verband gebracht wordt met Pandas, veeleer het gevoel of de angst om te stikken door voedsel wordt gerapporteerd.


Pijn: een onderschat symptoom!

Het onderzoek naar (de verschijningsvormen van) Pandas is in volle gang. Naarmate er meer onderzoek gepubliceerd wordt, kan het overzicht hierboven aangevuld of gewijzigd worden.


Veel Pandaskinderen blijken aanzienlijke pijnklachten te ervaren (Clinical Management of PANS, part I, pagina 6), die aanvankelijk niet onderkend worden. Het gaat daarbij in eerste instantie vooral om buikpijn, hoofdpijn met name bij jongere kinderen. Mogelijk speelt verhoogde gevoeligheid voor pijn hierbij een rol (amplificatie). Later gaat het meer om peri-artritis-/tendinitis-achtige pijn. Het inroepen van hulp van een kinderreumatoloog kan raadzaam zijn.